Omstreeks 270 BC waren rond de Middellandse Zee twee steden zeer machtig: Rome in Italië en Carthago gelegen in Noord Afrika (huidige Tunesië), met invloed op een smalle strook aan de Afrikaanse noordkust, op Sicilië, Sardinië en Corsica en de zuidoostelijke kuststreek van het Iberisch Schiereiland. Op den duur kon strijd om de hegemonie niet uitblijven en in een zeeslag werd Carthago verslagen (nog niet definitief, dat kwam pas later, in 146 BC, aan het eind van de derde en laatste Punische Oorlog). Hun eilanden werden afgepakt. Om de Carthagers nog verder in Rome’s greep te houden werden ze zwaar schatplichtig gemaakt: elk jaar moesten ze enorme hoeveelheden wijn, olijfolie, graan en veel geld leveren. Hiermee dachten de Romeinen hen ernstig te kunnen verzwakken. Intern leverde dit inderdaad problemen op maar de leveranties vonden toch zonder al te veel problemen plaats en Carthago begon zich weer te herstellen. Hoe was dit mogelijk verbaasde Rome zich?

Als zeevaarders hadden de Carthagers al veel eerder een gebied ontdekt waar het goed toeven was, rijk aan grondstoffen en waar allerlei gewassen zoals druiven en graan maar ook olijf- en amandelbomen uitstekend groeiden. Zij hadden op de daar levende, deels van Keltische oorsprong zijnde, Iberische stammen, al wat gebied veroverd. Dat werd nu sterk uitgebreid. Ook stichtten ze een stad, Carthago Nova (227 BC), Nieuw Carthago, het huidige Cartagena. Steeds meer land werd in cultuur gebracht voor het verbouwen van de gewenste producten, onder andere bestemd voor de leveranties aan Rome. Het leek een voorspoedige ontwikkeling. Helaas niet in de ogen van de Romeinen die dit gebied nu zelf wilden bezitten. Goedschiks of kwaadschiks, het werd kwaadschiks. Stukje bij beetje werd, na veel strijd gedurende vele decennia, het gehele Iberische Schiereiland onderworpen (19 BC), waarmee ook de culturele ontwikkeling hier definitief een nieuwe wending nam. De Romanisering is in Spanje zeer intens geweest. Latijn werd de taal en werd daarmee de basis van het tegenwoordige Spaans. Het hele gebied kwam tot grote bloei. Deze duurde tot de derde eeuw AD toen stammen van buiten steeds vaker begonnen binnen te vallen. Met de komst van de Visigoten tenslotte eindigde rond 400 AD de Romeinse periode. Toch zijn nog steeds op veel plaatsen herinneringen aan de Romeinse tijd te vinden.

CORAL