Koken met een glimlach woensdag 17 januari 2024

Koken met een glimlach kan deze dag veranderd worden in koken met geduld. Er wordt vandaag Indonesisch gekookt en daar moet je héél veel geduld voor hebben. Eigenlijk ben ik helemaal niet aan de beurt om mee te koken, maar doordat Joke ziek is, mag ik koken. Helemaal blanco, geen boodschap gedaan en geen menu gelezen. Normaal staat iedereen te springen  om mee te koken en nu had iedereen een andere bestemming.

We komen bij elkaar in het clubhuis en mijn maatje heeft alles ingekocht. Onder het genot van een kop koffie krijgen we de menu’s uitgereikt. Vandaag zijn het alleen vrouwen en we koken met twee personen aan één of twee gerechten. Het grootste sudderwerk is al in de keuken van Anneke gebeurd, de daging smoor. Dit moet een lange tijd langzaam garen en het is lekker als de smaken zich kunnen vermengen met het vlees. De andere gerechten zijn: sambal goreng telor, saté ayam, pindasaus sajoer boontjes, nasi koening, atjar tjampoer, pisang goreng, emping, spekkoek en een familierecept (ingebracht door Beppie) sambal goreng kering kentang.

Eerst een schort aan en handen wassen en dan aan de slag. De keuken heeft maar een aantal pitten en er moet niet alleen veel gehakt, gesneden, gemarineerd en geroerd worden, ook alle pitten zijn nodig om te bakken. Gelukkig weet Anneke alles te staan, krijgt ook alles weer aan de praat als een gaspit weigert. Ik ben met Rita verantwoordelijk voor de spekkoek en de emping met een saus. Het is veel werk, eieren scheiden, boter roeren met suiker en vanille, gezeefde bloem en dan komt er als het eiwit is opgeklopt een mooi glad deeg van. De oven heeft alleen onderwarmte en dan is het een fijn idee om te zeggen: helaas mislukt, dat komt door de oven. Voor de zekerheid heeft Anneke in de winkel een fabrieksmatige spekkoek gekocht, uit voorzorg. Nu de koek per laagje, maar als de laagjes tien tot vijftien minuten moeten bakken, hebben we tijd om bij de andere dames te kijken en vooral te ruiken. Je moet wel een gevulde kruidenkast hebben om zo te koken en die stond klaar, de chef had dit geregeld. Je ziet op de tafels uien, knoflook, paprika’s, bloemkool en komkommer liggen. Ook kousenband en tofu komen in een gerecht voor, kippenvlees en varkenshaas, de een voor saté en de ander bij een groentegerecht. Er staat ook een pindasaus op een zacht vuur. Rita bakt de uien, doet er trassi en sambal bij. We proeven ieder gerecht en steeds komt er en beetje sambal bij. Ook een beetje gula djawa erbij voor de zoete smaak en dan is ons gerecht klaar. Als laatste doen we het vermengen met de emping, die hoef je alleen in de hete olie te doen.

De tafel is al gedekt en dan is het de kunst om het warm aan de gasten te serveren. Netty zorgt dat er wat te drinken is en we zetten de bijgerechten op tafel, deze zijn meestal koud of lauw. De meeste vleesgerechten en de mooi gekleurde gele rijst staan in de oven, die wel uit is maar nog een beetje nagloeit. Als de gasten zitten, kunnen we de schalen op tafel zetten. Het smaakt allemaal even lekker en omdat de helft in de oven is blijven staan kunnen de mensen een tweede keer opscheppen. Het is veel werk geweest voor alle dames maar het was de moeite waard. Als nagerecht krijgen we een plak zelfgemaakte-, en een plak gekochte spekkoek. Wat een opluchting, het blijkt dat de lekkerste van de twee de onze is.

Met heel veel plezier hebben we allen gekookt. Met dank aan Anneke, weer wat geleerd en dat op je zevenenzeventigste.

Ria

 

 


 

Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo
Google Photo