Literair agent Peter Katz krijgt een brief en een half manuscript van ene Richard Flynn. Hij beschrijft zijn studietijd aan Princeton University, zijn liefdesrelatie met zijn huisgenote en de moord op zijn professor door onbekende dader, 25 jaar geleden.

Omdat er geen follow-up komt, gaat Katz op zoek en ontdekt dat Flynn recent overleden is. Hij schakelt onderzoeksjournalist John Keller in, die de oud-agent Roy Freeman inzet. Wat is er in het verleden precies gebeurd? Wat hadden de onderzoeken van de professor (gevolgen van trauma op het geheugen bij psychiatrische patiënten) daarmee te maken?

De auteur (1964, Transsylvanië) schrijft een vlotte psychologische thriller. Er zijn drie perspectieven in de ik-vorm, afgewisseld met het halve manuscript. Maar wie is betrouwbaar? De agent, ex-alcoholist met beginnende alzheimer, een getuige met retrogade amnesie? En bevat het manuscript de waarheid?

Het geheugen is onbetrouwbaar en beïnvloedbaar, een soort lachspiegel op de kermis. Een intrigerende thriller, met onsympathieke personages met een eigen agenda: ambitie, manipulatie en wraak.